vrijdag 3 december 2010

Oren

Oren schijnen je leven lang door te groeien.
Ik zit hier achter, of voor, het is maar van welke kant je het bekijkt, mijn laptop, beschenen door een tafellamp, kijkend door het raam dat uitzicht biedt op mijn tuin die op het ogenblik donker is.
Het raam werkt dus als een spiegel.
Zie ik een snorremans die, omdat hij in de spiegel kijkt, vriendelijk probeert te kijken.
Maar die oren. DIE OREN!

Ik weet nog dat ik als 20-jarige mijn vader begon te observeren.
Ik woonde nog thuis, mocht 's zondags na gedane kerkdiensten genieten van een portie balkenbrij en keek zo nu en dan naar rechts.
We hadden een vaste tafelsetting.
Vader zat niet aan het hoofd, want daar stootte je je knieën aan de gebeeldhouwde uiteinden van de Oirschotse tafel. Daar zat broer E. Pa zat één plaats verder. Daarnaast zat ik, als oudste zoon. Mijn zus zat tegenover me en daarnaast mijn moeder. En nu ben ik ineens te tel kwijt. Ik heb toch twee broers? De ene drie jaar en de andere veertien jaar jonger dan ik.
Waar zat S dan????
Bij goed nadenken komt er ineens een verlengstuk van de tafel in beeld. Of wel twee verlengstukken. Je kon ze in zorgvuldig uitgehouwen gaten duwen. De tafel werd daardoor bijna twee keer zo lang en was voorbereid op gezinsuitbreiding.
Aan een daarvan moet broer S gezeten hebben.

Tot zover de tafelschikking.

Ik zat dus naast mijn vader en zag hem steeds ouder worden. Rimpels verschenen, grijze haren worstelden zich een weg naar buiten, zijn oorschelpen groeiden en groeiden en wat me ook opviel was de aanwezigheid van bruine vlekken.
Eerst klein, daarna groter en het viel me ook op dat hij zich, hoewel hij snel bruinde, buiten de zon ging houden.
Zijn armen werden witter, zijn gelaat bleker. En ik, ik wentelde mij in de zon, die me vanwege mijn TBC-besmetting zo lang onthouden was.

Wat een tegenstelling.
Ons pa werd oud. Ik werd me er in één klap van bewust.

Mijn zoon M moet nu ongeveer hetzelfde meemaken. Ik ga niet zo graag meer de zon in, zoek in de zomer meer de schaduw. Ook ik krijg vlekken op mijn handen en in mijn gelaat.
En vooral...

Mijn oren blijven groeien.

Misschien is dat wel een natuurlijke compensatie voor het afnemen van het gehoor. Slechter horen = grotere oorschelpen.
Als dat zo is, mogen ze van mij nog een tijd doorgroeien.
Zolang ik de vogels nog maar hoor tsjilpen, krijsen, piepen en zingen vind ik het best.

Geen opmerkingen: