donderdag 15 januari 2009

Doorgaan

Ik ben geen type om ruzie (mee) te maken. Ik ben ook niet het type dat alert kan reageren op gemaakte opmerkingen of oordelen. Ook kan ik niet goed meedoen in een discussie.
Wel kan ik goed kijken, opmerken en vanaf de kantlijn mijn mening geven. Observeren heet dat. Observeren is een van de pijlers van het docentschap. Goed kijken hoe kinderen reageren op jouw verhaal; zien of kinderen goed in hun vel zitten en desnoods proberen ze dat vel opnieuw aan te laten trekken.
Als ik iets schrijf is dat nooit een primaire reactie. Want dat kan ik gewoon niet. Als ik iets schrijf is dat weloverwogen. het duurt vaak dagen, weken of  nog langer voordat ik iets op papier krijg. Op papier, want ik ben niet zo'n prater.
Dat vind ik na 61 jaren soms nog steeds jammer. Ik kan iemand nooit direct van repliek dienen. Het moet altijd zakken, overdacht worden, geschreven en herschreven worden. Daarom lijk ik vaak saai. Ik kan ook heel moeilijk een gesprek beginnen, laat staan aan de gang houden. Tijdens de laatste vergadering op school kwam een collega, bijna leeftijdsgenoot, overigens ook organist en musicus, bijzonder intelligent, er openlijk voor uit dat hij geen gesprekken met kinderen kon voeren. Nou, zo een ben ik ook.

Maar lesgeven kunnen we allebei als de beste, daar ben ik van overtuigd.
En dat doceren in de tegenwoordige tijd niet meer mag, daar heb ik me bij neergelegd. Coachen is nu het credo en zelfs daaraan wil ik nog meedoen.
Maar ga me niet voor de voeten gooien dat ik slecht lesgeef en niets wil uitleggen. Dan gaan mijn haren overeind staan en vallen alle woorden verkeerd.

Vandaag had ik een gesprek met de directeur en de 'manager' bovenbouw. Na drie keer uitgesteld te zijn geweest, had ik de directeur een mailtje gestuurd met de vraag waar het over zou gaan. "Over jouw resterende tijd op Van Maerlant" was het antwoord. Ik had me dus helemaal voorbereid op een goed gesprek over mijn pre-pensioen.

Hij begon met zijn grote ongenoegen uit te spreken over een mailtje dat hij via via had ontvangen over mijn visie op de gang van zaken op school. "Als ik toen meteen gereageerd had, hadden we slaande ruzie gekregen", was zijn uitspraak. Een fijn begin van een gesprek over je toekomst....
Het voert te ver om dit schrijven nu hier te knippen en plakken, maar het kwam erop neer dat veel leerkrachten het tot 10 weken na het begin van het schooljaar nog steeds moesten doen met weigerende apparatuur, gesloopte schoolborden en een internetverbinding die 10 jaar geleden al als sloom betiteld zou zijn. Op een gegeven moment hebben docenten hun uitleg zelfs op kartonnen dozen moeten schrijven, omdat er geen ander materiaal voorhanden was. Derdewereldscholen hebben 't beter. Daarbij kwam ook nog dat mijn schrijfstijl hem niet beviel. maar dat vind ik  zijn probleem.

Goed, verder waren er van wel twee leerlingen klachten binnengekomen dat ik ze niet genoeg zou helpen en ze bij een hulpvraag met het bekende kluitje weg zou sturen. TWEE van de ruwweg 65 leerlingen die ik lesgeef. TWEE van de leerlingen waar onze school vol mee zit: PDD-ers, dyslecten, ADHD-ers en noem alle volksziekten van tegenwoordig maar op. TWEE!!
Nogmaals, ik kan op zo'n moment alleen maar verbaasd zitten kijken en me nog niet eens verdedigen, laat staan in een fatsoenlijk antwoord verwoorden.
Daarom dit schrijven in tweede instantie. Alles is een beetje gezakt (zes uur na het gesprek) en waarschijnlijk ga ik later op de avond als ik alles nogmaals op een rijtje heb gezet, een mailtje sturen naar de directeur. 
De inhoud zal de lezer dezes wel kunnen raden.
En .... ik ga door. 

Omdat ik het leuk vind om voor de klas te staan, de kinderen met me mee te nemen naar een wereld die de hunne niet is en nooit zal worden, en om te proberen het hen zo aangenaam mogelijk te maken op een school waar ze, net als ik destijds, zo'n bloedhekel aan hebben. 

Noem 't roeping, noem 't koppigheid, noem 't dwarsliggen (heb ik daarom een spoorweghobby?).... ik ga ermee door. 


Geen opmerkingen: