maandag 9 november 2009

Nogmaals een hondekoprit.



Tja, die hondekop.
Die heeft wel iets. De kop van het treinstel doet me elke keer denken aan de honden die ons in ons leven mochten vergezellen. We hadden er twee. Niet tegelijkertijd, maar na elkaar. En het waren beide boxers.
De eerste, Otto, was zo debiel als de pest. Kwam uit een dierenwinkel in Nijmegen. Wat hebben we getobt met hem. Om de haverklap naar de Universiteitsdierenkliniek omdat hij een huidafwijking had. Maar lief, LIEF! Deed geen vlieg kwaad. Hij liet zelfs toe dat de jongen van de poes zijn tepels uitzogen, op zoek naar wat extra voeding.
De tweede, Caesar, was heel anders. Groter, gecastreerd, uit het asiel en een wegloper pur sang. Bovendien een geboren sloper. Als er niemand thuis was, begon hij aan de meubels te knagen. Maar lief, LIEF! Deed geen vlieg kwaad.

De derde hond werd Mat '54. Ik heb er al een paar keer over geschreven. Over de Kop en over de reizen die W en ik ermee maakten.

De derde reis met de hondekop was vandaag. het was een geleende gelegenheid. De eigen hondekop, die ik met een bescheiden bijdrage sponsor, staat in grote revisie. Maar om de grote schare fans niet teleur te stellen, was er voor de jaarlijkse donateursrit de Mat '45 van het Spoorwegmuseum geregeld.
Prachtig. eindelijk weer in een groen treinstel uit de jaren 50-60. Maar... dit stel is een tweetje. Een treinstel bestaande uit twee wagons, terwijl het treinstel van de Stichting een viertje is. Ja hoor, goed geraden, een trein bestaande uit 4 wagons.
Het aantal belangstellenden voor deze rit bleek minstens hetzelfde als dat voor de voorgaande ritten. Dat wilde dus zeggen dat er voor pakweg 100 man de helft van het aantal zitplaatsen beschikbaar was, wat ook weer inhield dat de trein OVERVOL zat.
Ooit in een volle trein gezeten? Niet in die van vandaag, die over pakweg 25% meer breedte en beenruimte beschikken dan die van toen. Nee, in die van toen dus. Met skai-bekleding en bakelieten armleggers en alleen maar banken tegenover elkaar....

Ach, je moet er iets voor over hebben om in een museumstel zo'n 500 km door Nederland te mogen railen.

Laat ik mijn verhaal over de reis eindelijk beginnen.
Wij, W en ik, werden om 10 voor 10 op Utrecht centraal verwacht. Daar zou dan de museumhondekop voor een lange reis vertrekken.
(Voor de taalpuristen: ik schrijf hondekop zonder tussen-n omdat de Stichting zo heet en hondekop misschien wel een 'versteende uitdrukking' geworden is....)
Enkeltje Ht-Ut thuis geprint -wat dan natuurlijk weer niet gecontroleerd wordt- en ruim op tijd in Ut. Daar zou het treinstel op perron 9B aankomen. Wij stonden daar ongeveer als eersten, maar de menigte trein-autisten groeide gestaag. Na even wachten werd het sein: "Daar komt-ie" gegeven. En ja, de groene hondekop-twee liep het station binnen. Maar stopte niet bij 9B, maar bij 9A. Dat was dus nog 100m rennen, wat ik niet meer mag/kan. Met het gevolg dat ik zo ongeveer als laatste de trein in kon. W kreeg van een van de in oud uniform gestoken museummedewerkers te horen, dat ze hoogstwaarschijnlijk in de verkeerde trein was gestapt. Na een mondeling examen over het doel van de reis, mocht ze mee. Er waren geen plaatsen meer naast of tegenover elkaar in de reguliere banken, dus wij nestelden ons in een van de balkons op koude formica klapstoeltjes en dachten daar de hele dag op te moeten doorbrengen.
Na enkele minuten werden we gemaand daar weg te wezen omdat er niemand op de balkons aanwezig mocht zijn ivm veiligheidsvoorschriften. We moesten dus op zoek naar gewone zitplaatsen. Die vonden we, weliswaar niet naast of tegenover elkaar, maar ieder aan een andere kant van de gang. Dat viel nog mee, hoewel normale en gezellige communicatie tussen ons niet echt meer mogelijk bleek.
De trein zat stampvol. alle zitplaatsen waren verkocht en kennelijk was ook iedereen op komen draven.
Het eerste deel van de reis ging van Utrecht via Amsterdam naar Zandvoort. W zat rijrichting en ik tegengesteld. Ik heb daar niet zo'n moeite mee. W zat tegenover een stel doorgewinterde treingangers, m/v, die luidruchtig hun foto's van allerlei treingelegenheden moesten uitwisselen.
In Amsterdam kon ik nog in de gauwigheid één van de beste foto's van mijn leven maken.



Verder naar Zandvoort, waar we even uitgelaten werden en een meegebracht broodje en koffie konden nuttigen. Het enige toilet op het stationnetje bleek wel 50-cent munten te slikken, maar weigerde de deur te openen. Klagen bij het winkeltje hielp niet, want wij zijn niet van de NS en de toiletten wel.


Ach, na een korte fotosessie weer in de trein, op weg naar Hoek van Holland. Nu zat ik tegenover de twee doorgewinterde treingangers, m/v, die op luidruchtige wijze hun inmiddels aangeschafte broodje gezond met veel ui verorberden. W had intussen het meegebrachte boek tevoorschijn gehaald en ging maar wat lezen. Ik probeerde me te concentreren op de voorbijglijdende omgeving en me niets aan te trekken van de conversaties aan de overkant van mijn knieën. Dat lukte wonderwel, hoewel ik wel wat hulp nodig had van mijn inmiddels uit de tas getoverde MP-3 speler.
In Hoek van Holland werden we 10 minuten gelucht. Geen tijd voor een wandeling naar op laat staan op het strand. Geen mogelijkheid om te plassen of ons even te verpozen. "Het lijkt de trein naar Dachau wel", luchtte W haar hart. Ik kreeg de indruk dat het hele gebeuren haar tegen ging staan; anders mij wel.
Van Hoek van Holland ging de reis verder naar Vlissingen. We maakten ons inmiddels al niet meer druk om de reisrichting; wel of niet met de rijrichting mee of ertegenin. Het was een kwelling aan het worden, maar we moesten verder. Buurman naast me had zich intussen geworpen op een mega-zak Kaas-bolletjes. De lucht was niet te harden maar er was geen ontsnappen aan. Zijn vette vingers werden ongegeneerd aan zijn broekspijpen afgeveegd. De atmosfeer in de overvolle 2e klas-afdeling raakte verzadigd van de CO2. Er werden links en rechts raampjes geopend, goed voor de luchtverversing, maar het tochtte nu behoorlijk.

Twee weken daarvoor hadden we de herfstvakantie in Zeeland doorgebracht, dus de plaatsen en omgevingen waar we doorheen raasden, kwamen ons bekend voor. "Kijk, daar, de Jumbo waar we boodschappen deden". "En links van ons stapten we op de trein Goes -Borssele." Mijn overbuurvrouw meende daar een stoomloc onder rook te zien en moest daar even voor bellen met wie weet wie; maar het was niet waar, waar ze dan weer luidkeels kond van deed.

In Vlissingen was het al niet beter dan in Zandvoort of Hoek van Holland. Een station van niks, geen werkend toilet en de mensen van het winkeltje-met-versnapering-en-catering waren ook al niet op de komst van zo'n 100 mensen voorbereid.
Snel weer de trein in, op weg naar de bevrijding.

We hebben na het uitstappen in Ht , het was intussen 18.20 uur, geen blik meer op de groene hondekop geworpen. Het was mooi geweest, maar ook heel genoeg.
En.. we hebben voornemens gemaakt.
Maar die vertel ik pas als de volgende rit aangekondigd wordt.

Geen opmerkingen: