Voorwoord:
Net voor onze meivakantie hebben we, na lang wikken en wegen, bij de garage waar de 850 altijd in onderhoud is, een nieuwe gebruikte V70 gekocht. 850 begon gebreken in de airco en het koelsysteem te vertonen en reparatie zou wel erg duur uitpakken. Toch mocht hij nog éénmaal ons en onze caravan naar de vakantiebestemming sleuren.
We zijn weer op vakantie naar Frankrijk geweest.
Deze keer wilden we eigenlijk naar België, diep in de Ardennen, naar Camping Chênefleur. Volgens eigen zeggen : In het diepste zuiden van de Ardennen, achter de woeste heuvelkammen, golft de Gaume. In deze schitterende, nog vrijwel onbekende streek, ligt in een prachtig stukje natuur, onze ***+ camping.
Dat MOEST wel goed toeven zijn daar.
NET op tijd kwamen we er achter dat juist in het weekend dat we in dat microklimaatje neer wilden strijken, Luik – Bastenaken – Luik verreden ging worden. Met als direct gevolg dat alle, maar ook werkelijk alle campings in de wijde omgeving volgeboekt waren.
We weken uit naar Nord-Pas-de-Calais, om precies te zijn naar Villers-sur-Authie. Ook een mooie camping en met het weer zou het volgens de voorspellingen ook wel meevallen.
Niet dus.
Het weer werd om het uur bijgesteld en we hebben er genoten van de vakantie met de meeste regen ooit.
Nou gaf dat niets, want we konden zonder de hulp van broer E en eega toch niet van de camping.
Dat zat zo:
Zo rond een kilometer of 60 van de eindbestemming ging de trouwe 850 stotteren. ‘Vuiltje’ dacht ik nog en inderdaad mochten we na enkele kilometers weer genieten van een soepel lopende ‘Roffel’
Echter, na een kilometer of twintig begon het stotteren opnieuw en hield niet meer op. Met 1500kg caravan achter je aan voel je je dan niet prettig.
We hebben de camping gehaald, de caravans op de plek gezet en toen de motorkap maar eens geopend. De blikken en de kennis over motoren van mijn broer en ik reiken niet verder dan het openen van de motorkap en het controleren van de olie, wat allemaal in orde was.
De ontsteking, was mijn conclusie en we namen ons voor om na het weekend eens een garage op te zoeken.
Zo gezegd etc… In het dichtstbijzijnde stadje (Rue) was een moderne Peugeot-garage. De jongste monteur haalde de bougies tevoorschijn en concludeerde dat ze wel niet nieuw meer waren, maar dat daar het probleem niet in zat. Bougies terug en het adres van een Volvo-dealer in Abbeville gekregen, zo’n 30 km verderop.
Het bezoek aan de dealer konden we mooi combineren met een bezoek aan Abbeville en hoppa, de auto’s in, richting Abbeville. Garage gevonden, niet zo’n kleintje ook. Ze dealden in Volvo, Ford en nog wat kleinere merken. In mijn beste technische Frans legde ik aan de receptionist (in driedelig pak) uit wat het probleem van Roffel was. Er werd wat zuinig gekeken en geantwoord met ‘désolé’. Da’s nie goe, als Fransen dat woord bezigen. Wat bleek: de enige monteur die iets van Volvo wist, was op vakantie en de andere monteurs mochten zich alleen maar met hun eigen merk bezig houden.
Goed, niet getreurd, we hebben nog een uurtje in troosteloos Abbeville vertoefd en daarna weer terug naar V-s-A.
Er bleek in Rue nog een andere garage te zijn. Merkloos, maar daar heb ik goede ervaringen mee. De auto daar achtergelaten en na onderzoek bleek dat de koppakking lek was. Twee van de vijf cylinders deden niet meer mee. Dat was een domper. wat nu?
Al sinds 1976 trouw lid van de ANWB meende ik daar wel een beroep op te kunnen doen. En inderdaad, we werden meteen geholpen. Er werd vervangend vervoer geregeld, een Toyota Avensis werd helemaal uit Apeldoorn naar Noord-Frankrijk gebracht en de 850 wordt naar Nederland gerepatrieerd. Wel onder voorwaarden, maar dat voert te ver om hier uit de doeken te doen.
De 850 staat op de camping geparkeerd en de sleutels heb ik, met een glimlach, aan de aardige receptioniste overhandigd met de woorden:
Voici les clés de mon bonheur… (vrij naar Gérard Lenorman).
Ze kon er hartelijk om lachen.
dinsdag 8 mei 2012
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten